STEVE WYNN (Het Depot, 15 maart 2015)

Gebruikersavatar
Guess Who s Ozzy
Popstar
Berichten: 292
Lid geworden op: wo 13 feb 2008, 13:38
Locatie: Aarsele / Guess Who

STEVE WYNN (Het Depot, 15 maart 2015)

Bericht door Guess Who s Ozzy » wo 18 mar 2015, 09:13

STEVE WYNN, Het Depot, Leuven, 15 maart 2015

'Solo + Electric = Adrenalin'

Wat hebben Elvis Costello, Grant Hart en Bob Mould met elkaar gemeen? Wel, behalve dat ze alle drie behoren tot het pantheon der songwriting performers werden ze de voorbije maanden in allerhande achterafzaaltjes in cognito gespot door hun collega STEVE WYNN, telkens enkel gewapend met een elektrische gitaar en een amp. De immer kwieke Wynn hield er nadien een geniale ingeving aan over. Na een drukke reunie tour met oerband The Dream Syndicate vond de sympathieke Amerikaan namelijk de tijd rijp voor een nieuwe solo oversteek richting Europees clubcircuit, voor het eerst niet akoestisch maar wél in het gezelschap van een elektrisch aangedreven sixstring.

Voor de enige Belgische passage tijdens zijn ‘Solo Electric’ tour koos Wynn voor een wel erg bescheiden plekje in de foyer van Het Depot, dezelfde zaal trouwens die hij een kleine twee jaar terug samen met zijn maats van The Dream Syndicate net niet deed overkoken. En kijk, de guitige veteraan pikte de draad gewoon weer op waar ie al die tijd was blijven liggen door van leer te trekken met twee Syndicate evergreens, “Tell Me When It’s Over” en “Daddy’s Girl”.
De muzikale template van Wynn’s nieuwe solo avontuur is even primair als avontuurlijk. De studioversies van ’s mans nummers werden voor deze tour tot op het bot gestript van alle muzikale ballast tot enkel de lyrics en een paar akkoorden overbleven. De naakte restanten werden door Wynn vervolgens terug aangekleed met een breed uitwaaierende gitaar die afwisselend een infuus met een weldadige dosis reverb of feedback kreeg toegediend. De spreekwoordelijke vergelijking van de folk troubadour die zich voor één avond een ongedwongen garagerocker waande ging hier dus wel op, voor Wynn zelf voelde het aan als ‘going out to a fancy dinner party dressed in a swimming suit’.

Met dergelijk beperkt instrumentarium zou de verveling bij menig andere songwriter al vlug toeslaan, maar de doorwinterde Wynn kent alle knepen van het vak om bijna twee uur lang het tegendeel te bewijzen. De Amerikaan had hiervoor een opvallend afwisselende setlist in elkaar gepuzzeld waar de contrasten tussen hard of zacht, furieus of intiem, en blues of rock vakkundig werden afgetast.
Een overstuurde stomp in de maag als “Southern California Line”, waarin een overduidelijke knipoog naar Neil Young & Crazy Horse verstopt zat, ging op die manier naadloos over in een intieme versie van “When You Smile” dat met mondharmonica werd opgesmukt tot een would-be Dylan song. Young en Dylan, het zijn twee regelmatig terugkerende referenties die Wynn muzikaal hebben gevormd, maar boven alles blijkt de man een zelfverklaarde adept van Lou Reed. In Leuven kreeg de betreurde rock’n’roll animal trouwens een doorleefde versie van “Coney Island Baby” postuum kado van één van zijn beste leerlingen. Het bleken zes huiveringwekkende minuten van bezinning over de zin en onzin van onvoorwaardelijke liefde, of kort gezegd, siddering langs de rug en krop in de keel.
Een ander zeldzaam moment waarop ernst plots de kop opstak was toen de sympathieke peer bekende wel degelijk enige podiumvrees te kennen. In het verleden werd dat toegedekt met allerhande roesmiddelen, tegenwoordig zoekt Wynn zijn toevlucht in een soort mindfulness en voegde daar als persoonlijke challenge een fraaie versie van The Band’s “Stage Fright” aan toe.

Na pakweg een uur kreeg Wynn dezelfde ingeving als wij eerder op de avond al hadden bij het binnenstappen van de foyer. De plooistoeltjes die wat onhandig op de eerste rijen waren neergepoot werden op zijn verzoek naar de kant verbannen, waarop de echte finale met de obligate ‘time for requests’ oproep in een ongedwongen sfeer kon beginnen. Met een publiek waarvan een groot deel al vlotjes de kaap van 50 lentes had gehaald was het dan ook niet verwonderlijk dat nummers van The Dream Syndicate hier het leeuwendeel gingen opeisen. Ook in zijn dooie eentje wist Wynn begeesterende versies neer te zetten van “Boston”, “The Days Of Wine and Roses”, “Merrittville”, en “50 In A 25 Zone”, stuk voor stuk essentiële schakels in het muzikale erfgoed 'from the American heartland'.
Ook de erfenis van Wynn’s andere, weliswaar erg kortlevende indiesupergroep Gutterball met ex-leden van o.a. The Long Ryders en House Of Freaks werd in Het Depot niet ongemoeid gelaten. Eerder op de avond werden reeds “Transparancy” en “Hesitation” uit ‘Weasel’ (‘95) vanonder het stof gehaald, maar hét moment van de avond diende zich aan toen ondergetekende luidkeels verzocht om “Top Of The Hill” uit de eerste Gutterball schijf … en deze jongen prompt op zijn wenken werd bediend. En de pret bleef gewoon duren tot helemaal op ’t eind toen “Baby, We All Gotta Go Down” werd opgedist uit het debuut van Danny & Dusty, de songschrijvers alliantie die een dronken Wynn tijdens een verloren weekend ergens midden jaren ’80 aanging met een toen minstens even dronken Dan Stuart (Green On Red).

De door adrenaline aangedreven solo electric jukebox kon wat ons betreft zo nog uren doorgaan zonder dat we er erg in hadden, maar Wynn trok er toch tijdig de stekker uit om vervolgens aan de merchandising tafel schouderklopjes en diens meer in ontvangst te nemen. Het is één van die vaste rituelen waar de Californische New Yorker én zijn fans avond na avond naar uitkijken. Sommige jongere lezers begrijpen er vast niets van, maar neem het toch maar van mij aan: 'social media never get better than this!'

Binnenkort ook na te lezen op www.musiczine.net

Plaats reactie