TW CLASSIC 2014

Gebruikersavatar
Guess Who s Ozzy
Popstar
Berichten: 290
Lid geworden op: wo 13 feb 2008, 13:38
Locatie: Aarsele / Guess Who

TW CLASSIC 2014

Bericht door Guess Who s Ozzy » wo 02 jul 2014, 08:43

TW CLASSIC, Werchter, 28 juni 2014

Wie 'the greatest rock’n’roll band in the world' mogelijks voor de laatste keer op Belgische bodem wou bewonderen én een felbegeerd ticket voor TW CLASSIC op zak had zag zijn of haar droom afgelopen zaterdag werkelijkheid worden. Voorafgaand aan Mick Jagger & co werden vijf acts opgetrommeld als opwarmers van dienst, de ene al verdienstelijker dan de andere zoals zou blijken. Omdat uw twee verslaggevers ter plaatse, net zoals de doorsnee Stones fan trouwens, langzaam maar zeker een gezegende leeftijd beginnen te bereiken leek enige middagrust voor de feitelijke aftrap dus wel gerechtvaardigd. We pikken in toen het malse gras van de festivalweide al een beetje van haar maagdelijkheid verloren was, en achtereenvolgens ADMIRAL FREEBEE en SEASICK STEVE intussen de spits hadden afgebeten.

Werken tot na je 65ste? Chanteur de charme ARNO (****) maakt er absoluut geen punt van. Vrijdagavond nog één van de smaakmakers op de Bowie sessie van Radio 1 in het Rivierenhof, zaterdagavond vervolgens ‘top of the bill’ op Genk On Stage, en tussenin één van de voorprogramma’s van The Stones op TW Classic: de kans is dus groot dat zowat de helft van muziekminnend Vlaanderen dit weekend de éminence grise van de Belgische rock onder een dreigende hemel heeft zien vloeken op een podium.
Dreiging, dat is precies ook wat er uit ging van Arno’s set in Werchter. Het onheilspellende op triphop geënte “We Want More” vanop zijn laatste album ‘Future Vintage’ zette wat dat betreft meteen de toon, en bleek meteen ook het enige recente nummer op het menu. Daarna dook de geboren Oostendenaar, geruggesteund door zijn als vanouds bijzonder straffe begeleidingsband met compagnon de route Serge Feys aan het roer, in zijn ruim drie decennia beslaand repertoire op zoek naar sporen van schuimbekkende blues in alle mogelijke gedaantes. Die zoektocht leverde enkele ruwe diamanten uit de vaderlandse muziekgeschiedenis op, de ene keer vermomd als T.C. Matic (“Que Pasa”), de andere keer als Charles Et Les Lulus (Cpt. Beefheart’s “Gimme That Harp, Boy”), Charles And The White Trash European Blues Connection (“No Job No Rock”), of gewoon als zichzelf (“Ra Ta Ta”).
De grimmige grimassen van Arno spraken boekdelen, en dus bleven de schunnige anekdotes en levenswijsheden deze keer wijselijk in de kast. Pas tijdens het slotkwartier schakelde de grijsaard in het eeuwige zwarte pak over op festivalmodus met “With You”, “Oh La La La”, “Putain Putain” en “Les Filles Du Bord De Mer”. De muzikale erfenis van Arno samengebald in vier nummers, een even onontkoombaar als noodzakelijk slot van een bijzonder straf uur op Werchter én een geslaagde opwarmer voor het publiek dat net een mals regenbuitje achter de kiezen had.

In het buitenland wil het voor TRIGGERFINGER (***½) maar niet lukken, maar in België zijn ze het ondertussen al gewoon om voor een mega publiek te staan. En scoren doen ze altijd, of dat nu voor de immense wei van Werchter is of ergens in een klein zaaltje te lande, het maakt niet uit, Triggerfinger staat er altijd en het dak gaat er steeds onherroepelijk af. De smerige en zompige rock van opener “And There She Was, Lying In Wait” zette de lijnen uit voor een alweer strakke, harde en hoogst energieke Triggerfinger set. Hoogtepunt was nog maar eens de met seks overgoten blues “My Baby’s Got A Gun”, deze keer opgedragen aan de immer sympathieke Seasick Steve die in de coulissen goeddunkend zat mee te knikken.
Triggerfinger greep ook terug naar de 10 jaar oude debuutplaat met “Camaro” en met het weergaloze “On My Knees”, nog altijd de smerigste riff die Ruben Block tot op heden heeft geproduceerd. Een gutsende finale met natuurlijk “All This Dancin’ Around Again” en het hoogst ontvlambare “Is It” brachten Werchter op kookpunt. Triggerfinger had nog maar eens die gigantische weide ingepakt met een uurtje van de meest opwindende rock’n’roll, en daar lustten de talrijke Stones fans uiteraard wel pap van.

Jim Kerr is een Schot die kan tellen. Op zijn eentje had de frontman van SIMPLE MINDS (**) immers becijferd dat dit zowat de achtste doortocht moest zijn van zijn band in ‘Wurchter’ zoals hij het zelf graag noemt. En eerlijk is eerlijk, deze keer moet zowat de minst memorabele van alle passages geweest zijn.
De groep had nochtans zijn start allerminst gemist en zette een ronduit indrukwekkend openingskwartier neer met het wijdse “Waterfront”, de vorig jaar verschenen erg puike nieuwe single “Broken Glass Park” en de dwingende groove van “Love Song”. Jim ‘let me see those hands’ Kerr was uitstekend bij stem en tuurde als vanouds met de blik op oneindig alle hoeken van het terrein alsof het de Wembley arena anno 1985 betrof. Zijn wat papperig ogende maatje Charlie Burchill grossierde nog steeds in een glashelder en breed uitwaaierend gitaarspel die bovenvermelde songs de nodige stadionallures bezorgde.
Met “Mandela Day” ging het langzaam maar zeker de verkeerde kant uit. Respect voor de man in kwestie, daar niet van, maar een muzikaal slaapverwekkend en lichtjes gedateerd nummer als dit haalde gewoon alle vaart uit het optreden. Na een opzwepend “Imagination” en een zeer welgekomen “I Travel” leek ons dat aanvankelijk niet meer dan een schoonheidsfoutje, en weinigen hadden kunnen vermoeden dat het hierna eigenlijk al over and out was voor de Schotten.
De songkeuze ging vervolgens immers van kwaad naar erger wanneer twee -we wikken onze woorden- misplaatste covers werden opgediend. Toen Kerr zich even ging bijschminken vergreep achtergrondzangeres Sarah Brown zich op wel erg drastische wijze aan Patti Smith’s “Dancing Barefoot”, en even later onderging “Let The Day Begin” van generatiegenoten The Call een zelfde lot. “Somewhere Someone In Summertime” bleek hierna niet meer dan een doekje voor het bloeden, want aan “Don’t You (Forget About Me)” hadden we toen en nu al altijd een gloeiende hekel en een futloos “Alive And Kicking” bleek net het omgekeerde uit te stralen van wat in de songtitel wordt beloofd. Om te bevestigen of er werkelijk sleet zit op deze iconische 80ies band lijkt Suikerrock straks een goede waardemeter. Een gratis ticket, iemand?

En dan THE ROLLING STONES (*****), zouden ze het nog steeds kunnen? Ons antwoord, een volmondig ja met een joekel van een uitroepteken achter! Het is haast niet mogelijk, die gasten zijn allemaal de 70 voorbij (met uitzondering van Ron Wood, de snotneus is er amper 67) en ze rockten als een bende jonge veulens. De heren hebben in de jaren zeventig samen zowat een heel huis opgesnoven, maar op vandaag zijn ze levendiger dan ooit. Een topfitte Mick Jagger holde heen en weer en had nog geen greintje sleet op zijn stembanden, Keith Richards en Ron Wood toverden de meeste gemene riffs tevoorschijn en pokerface Charlie Watts deed als gewoonlijk zijn eigen onopvallende maar onmisbare ding. Een paar duizend concerten hebben wij al gezien de afgelopen jaren, maar als The Rolling Stones het podium bestijgen lijken al die anderen in het niets te vergaan. Na wat wij vandaag meegemaakt hebben, kunnen wij alleen maar stellen dat The Rolling Stones anno 2014 nog steeds de allergrootsten zijn.
Wat maakte The Stones dan weer zo fantastisch? Een werkelijk geweldige setlist, als je ’t ons vraagt (u kan het ding op de meeste internetfora gaan checken, we gaan hier nu niet alles opsommen). Een hoop van de beste songs uit de geschiedenis van de rockmuziek, stuk voor stuk mijlpalen, werden hier met brio en animo geserveerd. En nog konden wij er zo een twintigtal al even grote klassiekers aan toevoegen. The Stones hadden nog een veel groter selectieprobleem dan Marc Wilmots, er moesten sowieso een hoop briljante songs thuisblijven. Grote verschil met onze Rode Duivels, The Stones wonnen niet alleen, ze speelden ook nog eens schitterend! Jagger haalde trouwens in perfect Nederlands (nou ja) een ‘Proficiat met de Rode Duivels’ boven. Hij had het over de uitslagen, niet over het spelniveau. Na een spoedcursus van enkele minuten klonk zijn Nederlands overigens beter dan dat van Mathilde.
Als u ons vraagt naar hoogtepunten moeten wij u antwoorden: alles! Toch halen wij er hier een paar opvallende momenten uit. Als eerbetoon aan de pas overleden Bobby Womack haalden The Stones prompt nog eens “It’s All Over Now” boven, een song die ze 50 jaar geleden voor de eerst keer op plaat zetten. Toen Jagger even backstage aan de zuurstoffles ging hangen, mocht Keith “Can’t Be Seen” en “You Got The Silver” van vocals voorzien en zoals u ook wel weet, Keith kan niet zingen maar Keith is fantastisch. Het absolute moment suprème was toch met voorsprong een zwaar rockend “Midnight Rambler” waarvoor ouwe getrouwe Mick Taylor er werd bij geroepen. Mick Taylor, destijds opvolger van Brian Jones en voorganger van Ron Wood, was gitarist bij The Stones in hun beste periode, eind jaren zestig is dat, en hij blikte de legendarische platen ‘Sticky Fingers’ en ‘Exile On Main street’ mee in. Op “Midnight Rambler” haalde hij de meest wonderlijke solo’s boven, in combinatie met de twee riffmeesters Wood en Richards gaf dit serieuze vonken, meer dan tien minuten lang om duimen en vingers bij af te likken. Ook “Gimme Shelter” stond weer als een huis en dat mede dankzij een fenomenale backing zangeres. The Stones hebben al jaren de beste backing zangeressen mee op tournee en “Gimme Shelter” is steevast één van die momenten waarbij de dames voluit mogen gaan.
The Stones hadden ook nog eens een heus koor laten aanrukken (toch geld genoeg) voor “You Can’t Always Get What You Want” en ook dat was een heuglijk moment. De onvermijdelijke afsluiter was, hoe kon het ook anders, “(I Can’t Get No) Satisfaction”, de song die The Rolling Stones 50 jaar terug heeft grootgemaakt, Werchter ontplofte een laatste keer.

The Stones waren twee uur en een half aan één stuk buitengewoon sprankelend, en geen seconde pruttelde de motor. Op hun leeftijd is dit een bovennatuurlijke prestatie.

Ook na te lezen op www.musiczine.net

Plaats reactie